Bouwen peptiden spieren op? Wat het onderzoek werkelijk meet
De middelen die als peptiden voor spiergroei worden verkocht, delen één doelwit: de as van groeihormoon (GH) en IGF-1. GHRH-analogen zoals CJC-1295 stimuleren de GHRH-receptor in de hypofyse; secretagogen zoals ipamorelin werken juist via de ghrelinereceptor; IGF-1-analogen slaan de hypofyse over en grijpen direct aan op de IGF-1-receptor. Een klinische review uit 2026 over deze 'onderzoeksmiddelen' stelt vast dat geen ervan is goedgekeurd voor een indicatie rond lichaamsbouw of prestaties.[1][8][14]
De bruikbare vraag is dus niet 'bouwt het spieren op?', maar 'wat is er gemeten, en bij wie?' Dezelfde review deelt het humane bewijs in niveaus in: gerandomiseerde studies binnen één goedgekeurde indicatie voor tesamorelin; kleine fase I/II-studies zonder eindpunten voor lichaamssamenstelling voor de meeste andere GHRH-analogen en secretagogen; en helemaal geen peer-reviewed humane studies voor CJC-1295 zonder DAC, IGF-1 LR3 en PEG-MGF.[1]
Lees verder:Een peptide kiezen per onderzoeksdoel
